ECLI:NL:RBDHA:2022:629
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op opvolgende asielaanvraag met onterechte Dublinclaim
Eiser diende op 25 mei 2021 een opvolgende asielaanvraag in met het standpunt dat er sprake was van nieuwe feiten (nova) die de eerdere aanwijzing van Zwitserland als bevoegde lidstaat doorbraken. De staatssecretaris nam de aanvraag niet in behandeling vanwege een Dublinclaim bij Zwitserland, wat door eiser werd bestreden.
De staatssecretaris trok later de Dublinclaim in en nam eiser op in de nationale procedure, maar stelde dat de beslistermijn pas op 18 augustus 2021 was gestart. De rechtbank oordeelde dat dit onjuist was omdat de vertraging door de staatssecretaris zelf was veroorzaakt en dat de beslistermijn al op 25 november 2021 was verstreken.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, stelde een beslistermijn van acht weken vast en veroordeelde de staatssecretaris tot betaling van de proceskosten. Hiermee wordt recht gedaan aan het belang van een zorgvuldige en tijdige beslissing op asielaanvragen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de staatssecretaris wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen.