ECLI:NL:RBDHA:2022:6298
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs beëindiging betogingen coronamaatregelen Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het niet opvolgen van opdrachten tot beëindiging van betogingen tegen coronamaatregelen op het Plein in Den Haag op 8, 10 oktober 2020 en 25 mei 2021.
De burgemeester had op grond van de Wet openbare manifestaties (WOM) opdrachten gegeven om de betogingen te beëindigen ter bescherming van de volksgezondheid en ter voorkoming van wanordelijkheden. De kantonrechter oordeelde dat de burgemeester zich bij de opdrachten van 8 en 10 oktober 2020 slechts in algemene termen had gebaseerd op eerdere ervaringen en geen concrete vaststellingen had gedaan over de situatie op die dagen. Hierdoor ontbrak een voldoende motivering en was niet aannemelijk dat beëindiging noodzakelijk was.
Voor de betoging van 25 mei 2021 was de beëindigingsopdracht wel bevoegd gegeven vanwege het niet naleven van een aanwijzing om te verplaatsen naar een ruimere locatie, wat noodzakelijk was voor de bescherming van de gezondheid. Echter, de verdachte kon niet overtuigend worden bewezen dat zij niet aan de opdracht had voldaan, mede door een door haar overgelegd filmpje waaruit bleek dat zij probeerde het Plein te verlaten maar door politie werd tegengehouden.
De kantonrechter vernietigde de strafbeschikking en sprak de verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten wegens onvoldoende bewijs en onbevoegd gegeven opdrachten.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van alle tenlastegelegde feiten wegens onvoldoende bewijs en onbevoegd gegeven beëindigingsopdrachten.