Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Nigeriaanse nationaliteit, werd op 7 juni 2022 in bewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Verweerder legde deze maatregel op vanwege het risico dat eiser zich aan het toezicht zou onttrekken en de uitzettingsprocedure zou ontwijken. Eiser betwistte de grondslagen van de maatregel en voerde aan dat hij rechtmatig verbleef en bereid was mee te werken aan zijn vertrek, mede vanwege medische en psychische klachten.
De rechtbank oordeelde dat eiser geen rechtmatig verblijf had, aangezien zijn asielaanvraag was afgewezen en het hoger beroep nog in behandeling was. De zware gronden voor bewaring, waaronder het illegaal binnenkomen zonder geldig paspoort en het niet opvolgen van een terugkeerbesluit, waren terecht aan de maatregel ten grondslag gelegd. Ook de lichte gronden, zoals het ontbreken van een vaste woon- of verblijfplaats en onvoldoende middelen van bestaan, werden bevestigd.
De rechtbank vond dat minder ingrijpende maatregelen niet effectief zouden zijn, mede omdat eiser had geweigerd mee te werken aan zijn terugkeer en herhaaldelijk had verklaard niet terug te willen keren naar Nigeria. De medische klachten van eiser rechtvaardigden geen lichter middel, omdat hij geen concrete onderbouwing had geleverd dat de medische zorg in detentie ontoereikend zou zijn.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.