ECLI:NL:RBDHA:2022:6424

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
15 juni 2022
Publicatiedatum
4 juli 2022
Zaaknummer
AWB 21/5529
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:19 AwbArt. 8:81 AwbArt. 8:83 lid 3 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om voorlopige voorziening in vreemdelingenrecht niet-ontvankelijk verklaard

Verzoekster, van Spaanse nationaliteit, had bezwaar gemaakt tegen een besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin was vastgesteld dat zij geen rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan had. Na een nieuw besluit op bezwaar werd beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag.

Verzoekster vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter oordeelde dat op grond van artikel 8:83 lid 3 Awb Pro de uitspraak zonder zitting kon plaatsvinden en dat op grond van artikel 8:81 Awb Pro een voorlopige voorziening kan worden getroffen indien onverwijlde spoed dat vereist.

De rechtbank had het beroep van verzoekster op dezelfde dag ongegrond verklaard, waardoor er geen lopende bezwaar- of beroepsprocedure meer was. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard.

Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter M. van Nooijen en griffier R.W. Craanen op 15 juni 2022 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat geen bezwaar- of beroepsprocedure meer loopt.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 21/5529

uitspraak van de voorzieningenrechter van 15 juni 2022 in de zaak tussen

[verzoekster], van Spaanse nationaliteit, verzoekster

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. A. Jankie),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 7 juli 2021 (primaire besluit) heeft verweerder vastgesteld dat verzoekster geen rechtmatig verblijf heeft gehad als gemeenschapsonderdaan.
Bij besluit van 15 september 2021 heeft verweerder het bezwaar van verzoekster tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.
Verzoekster heeft tegen het besluit van 15 september 2021 beroep ingesteld. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Bij besluit van 22 september 2021 heeft verweerder een nieuw besluit op het bezwaar genomen. Ingevolge artikel 6:19 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) richt het ingestelde beroep van verzoekster zich ook tegen dat nieuwe besluit.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb uitspraak zonder zitting.
2. Op grond van artikel 8:81 van Pro de Awb kan, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
3. Bij uitspraak van vandaag [1] heeft de rechtbank het hiervoor genoemde door verzoekster ingestelde beroep ongegrond verklaard. De voorzieningenrechter stelt dan ook vast dat er geen bezwaar- dan wel beroepsprocedure meer loopt, zodat het verzoek niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van Nooijen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. R.W. Craanen, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 15 juni 2022.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Zaaknummer AWB 21/5528.