ECLI:NL:RBDHA:2022:6478
Rechtbank Den Haag
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing mvv-aanvraag wegens onvoldoende motivering hechte persoonlijke banden
Eisers hebben een mvv-aanvraag ingediend voor verblijf bij familie, welke door verweerder is afgewezen. De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom er geen sprake is van hechte persoonlijke banden tussen eisers en hun jongere broer, de referent.
Daarnaast is het besluit onbegrijpelijk gemotiveerd doordat verweerder ook de banden tussen eisers en hun ouders heeft beoordeeld, maar daarbij de verkeerde volgorde hanteerde door direct over te gaan tot een belangenafweging zonder eerst vast te stellen of sprake was van een beschermingswaardig gezinsleven. Tevens heeft verweerder binnen die belangenafweging onterecht getoetst aan een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie en het jongvolwassenenbeleid.
Verweerder is niet verschenen tijdens de zitting en heeft partijen niet gehoord over hun invulling van het familieleven, wat volgens de rechtbank wel had moeten gebeuren gezien de betrokken artikel 8 EVRM Pro aspecten.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen 8 weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd met opdracht tot een nieuw besluit binnen 8 weken.