Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep in de zaak NL21.8742 ongegrond;
- verklaart het beroep in de zaak NL21.12554 ongegrond.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Turkse kleermaker, kreeg een verblijfsvergunning voor verblijf bij zijn partner, maar verweerder trok deze met terugwerkende kracht in omdat eiser en de referente niet samenwoonden en een gemeenschappelijke huishouding voerden. Eiser had gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de oorspronkelijke aanvraag hadden geleid.
Eiser voerde aan dat hij wel een relatie had en drie jaar legale arbeid verrichtte, en verwees naar het arrest Unal van het Hof van Justitie EU. De rechtbank oordeelde echter dat eiser onvoldoende bewijs leverde voor samenwoning en dat het arrest Unal niet van toepassing is omdat eiser nooit aan de voorwaarden had voldaan.
De intrekking met terugwerkende kracht was daarom terecht en de aanvraag voor een verblijfsvergunning voor arbeid in loondienst werd terecht afgewezen. Ook het bezwaar tegen de intrekking en afwijzing werd als kennelijk ongegrond beoordeeld, zodat verweerder niet hoefde te horen.
De rechtbank verklaarde beide beroepen ongegrond en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de intrekking van de verblijfsvergunning met terugwerkende kracht en de afwijzing van de aanvraag.