ECLI:NL:RBDHA:2022:65
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Terugvordering te veel betaalde suppletie-uitkering na ontvangst WIA-uitkering
Eiser ontving van maart 2017 tot juli 2020 een suppletie-uitkering en daarnaast van maart 2018 tot juli 2020 een WIA-uitkering. Verweerder stelde vast dat eiser te veel suppletie-uitkering had ontvangen omdat de WIA-uitkering in mindering had moeten worden gebracht en vorderde €11.724,77 terug.
Eiser betwistte de hoogte en periode van de terugvordering en stelde dat verweerder vragen in het bezwaarschrift onbeantwoord had gelaten, waardoor het bestreden besluit in strijd zou zijn met het fair play-beginsel. De rechtbank oordeelde dat de correctie van de terugvorderingsperiode geen reformatio in peius opleverde en dat het bedrag juist was vastgesteld.
Hoewel verweerder de vragen van eiser niet voorafgaand aan het besluit had beantwoord, bood hij wel de mogelijkheid tot hoorzitting, die eiser niet heeft benut. De rechtbank concludeerde dat eiser niet benadeeld was en verklaarde het beroep ongegrond. Eiser moet het volledige bedrag terugbetalen zonder vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser moet €11.724,77 terugbetalen.