ECLI:NL:RBDHA:2022:6507
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens overschrijding termijn bij vergoeding reiskosten defensie
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn verzoek tot vergoeding van reiskosten door de staatssecretaris van Defensie. Het primaire besluit dateert van 28 april 2021 en het bestreden besluit van 13 oktober 2021. Eiser stelde dat voor hem een verlengde beroepstermijn van dertien weken geldt omdat hij zich om dienstredenen in het buitenland bevond.
De rechtbank heeft vastgesteld dat eiser niet heeft aangetoond dat hij zich binnen de beroepstermijn van zes weken na het bestreden besluit buiten Nederland bevond. Het personeelsdossier bevat geen bewijs van een dienstreis in die periode en de aanvullende stukken van eiser boden ook geen overtuigend bewijs. De rechtbank oordeelde daarom dat de reguliere termijn van zes weken geldt en dat het beroep te laat is ingediend.
Op grond hiervan verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiser is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.