ECLI:NL:RBDHA:2022:6531
Rechtbank Den Haag
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende gemotiveerde afwijzing Wajong-uitkering wegens arbeidsvermogen ondanks ernstige beperkingen
Eiser, geboren in 2001 en met een licht verstandelijke beperking en diverse psychische stoornissen, vroeg een Wajong-uitkering aan die door het UWV werd afgewezen op grond van arbeidsvermogen met intensieve begeleiding. De rechtbank beoordeelde dat het UWV onvoldoende onderzoek had gedaan naar de mogelijkheid van intensieve begeleiding bij de voorgestelde taken en onvoldoende had gemotiveerd waarom eiser zou voldoen aan de voorwaarden voor arbeidsvermogen, zoals aaneengesloten werken en beschikken over basale werknemersvaardigheden.
De rechtbank stelde vast dat eerdere stages en werkervaring van eiser mislukten vanwege gedragsproblemen en het niet kunnen naleven van afspraken, en dat medische rapporten onvoldoende onderbouwden dat eiser vier uur per dag belastbaar is en een uur aaneengesloten kan werken zonder frequente onderbrekingen. De noodzaak van intensieve een-op-een begeleiding werd erkend, maar de haalbaarheid daarvan binnen de geselecteerde taken was onvoldoende onderzocht.
De rechtbank gaf het UWV de gelegenheid om binnen tien weken de motivering aan te vullen en het gebrek te herstellen, waarbij specifiek moest worden ingegaan op de mate van begeleiding, de belastbaarheid en de basale werknemersvaardigheden van eiser. Tot die tijd werd verdere beslissing aangehouden. Tegen deze tussenuitspraak is geen hoger beroep mogelijk, behalve gelijktijdig met de einduitspraak.
Uitkomst: Het UWV krijgt de gelegenheid om binnen tien weken het motiveringsgebrek te herstellen en het gebrek in het besluit aan te vullen.