ECLI:NL:RBDHA:2022:654
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzettingsbesluit vreemdeling in bewaring
Verzoeker, een Turkse vreemdeling in vreemdelingenbewaring, had een aanvraag voor een verblijfsvergunning als zelfstandige ingediend die was afgewezen wegens onvoldoende documentatie en een niet overtuigend ondernemingsplan. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen totdat op het bezwaar was beslist.
Verweerder stelde dat er geen spoedeisend belang was omdat er geen concrete uitzettingsplannen bestonden. De voorzieningenrechter verwierp dit standpunt omdat verzoeker in bewaring zat en het beroep tegen die maatregel recent ongegrond was verklaard. Verweerder reageerde niet inhoudelijk op de gronden van het verzoek en was niet op de zitting verschenen.
De voorzieningenrechter concludeerde dat verzoeker een zwaarder belang had om de bezwaarprocedure in Nederland af te wachten en besloot het verzoek toe te wijzen. Het uitzettingsbesluit werd geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en het uitzettingsbesluit geschorst tot zes weken na bezwaarbeslissing.