Uitspraak
Rechtbank den haag
1.De procedure
2.De feiten
De plaatsing is gebaseerd op de volgende indicatie(s):
Rechtbank Den Haag
Eiser, veroordeeld voor medeplegen van een strafbaar feit onder de Opiumwet, werd na detentie op Aruba in Nederland geplaatst en vervolgens op de lijst van gedetineerden met een vlucht-/maatschappelijk risico (GVM-lijst) gezet met status 'hoog'. De Staat baseerde deze plaatsing op vermeend vluchtgevaar en ondermijning van het gezag.
Eiser betwistte de plaatsing en stelde dat er geen vluchtgevaar of ondermijnend gedrag was. De voorzieningenrechter oordeelde dat de Staat onvoldoende concrete feiten had aangevoerd om het vluchtgevaar aannemelijk te maken, mede omdat eiser altijd bereikbaar was via een opgegeven verblijfsadres en niet fysiek aanwezig moest zijn bij een regiezitting.
Ook het vermeende ondermijnende gedrag, zoals het gebruik van telefoonkaarten van andere gedetineerden, werd door eiser geloofwaardig betwist en onvoldoende concreet onderbouwd door de Staat. Een eenmalig gebruik werd niet als ondermijnend beschouwd.
De recente aanwijzing van eiser als verdachte in een nieuw onderzoek werd niet als rechtvaardiging voor de plaatsing op de GVM-lijst in april 2022 gezien. De rechter concludeerde dat de Staat niet in redelijkheid tot de plaatsing had kunnen komen en verklaarde de plaatsing onrechtmatig, met veroordeling tot onmiddellijke verwijdering van eiser van de GVM-lijst en veroordeling van de Staat in proceskosten.
Uitkomst: De Staat is veroordeeld om eiser binnen 48 uur van de GVM-lijst te verwijderen wegens onrechtmatige plaatsing.