ECLI:NL:RBDHA:2022:6847
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Vervangende toestemming vakantie minderjarige naar Israël en Jordanië
De man en vrouw zijn gezamenlijk gezagdragers over hun minderjarige kind, dat zijn hoofdverblijfplaats bij de vrouw heeft. De man wenst met het kind en zijn partner op vakantie naar Israël, inclusief de Palestijnse gebieden, en Jordanië, maar de vrouw weigert toestemming voor het deel van de reis naar Israël vanwege vermeende onveiligheid.
De rechtbank overweegt dat het in het belang van de minderjarige is om met zijn ouder op vakantie te kunnen, tenzij er zwaarwegende contra-indicaties zijn. Gezien het actuele reisadvies van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, dat geen negatief advies geeft voor Israël en de Palestijnse gebieden, en de toezegging van de man om risicovolle gebieden te vermijden, is de weigering van de vrouw niet gerechtvaardigd.
De rechtbank verleent daarom vervangende toestemming voor de gehele reis, onder de voorwaarde dat op de dag van vertrek het reisadvies voor de bestemming groen of geel is. Tevens draagt iedere partij haar eigen proceskosten.
Uitkomst: Vervangende toestemming verleend voor vakantie met minderjarige naar Israël en Jordanië onder voorwaarde van groen of geel reisadvies.