Eiser vordert dat gedaagde het venster in de zijgevel van zijn appartement verwijdert of ondoorzichtig maakt vanwege vermeende privacyinbreuk. Daarnaast verlangt eiser aanpassing van een hekwerk en uniform tegelwerk in zijn tuin, stellende dat deze niet conform een convenant zijn aangebracht.
Gedaagde betwist dat het venster uitzicht geeft op het erf van eiser binnen de wettelijke grens van twee meter en voert aan dat het zicht beperkt is tot het platte dak en een zijmuur. De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende belang heeft bij zijn vordering omdat het zicht vanuit het venster geen aantasting van de persoonlijke levenssfeer oplevert.
Ten aanzien van het hekwerk en tegelwerk stelt de rechtbank dat eiser zich niet kan beroepen op het convenant omdat dit een persoonlijke verbintenis is tussen de rechtsvoorganger van eiser en gedaagde, zonder overdracht van rechten. Ook is onvoldoende onderbouwd dat gedaagde eiser onrechtmatige hinder toebrengt door het gebruik van het hekwerk.
De rechtbank wijst daarom alle vorderingen af en veroordeelt eiser in de proceskosten van gedaagde.