ECLI:NL:RBDHA:2022:6941

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
8 juli 2022
Publicatiedatum
14 juli 2022
Zaaknummer
NL22.11964
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 VwVreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond verklaring beroep tegen maatregel bewaring wegens geen rechtmatig verblijf

Eiser, met de Turkse nationaliteit, is geconfronteerd met een maatregel van bewaring opgelegd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser betwist de rechtmatigheid van deze maatregel en voert aan dat prejudiciële vragen zijn gesteld die mogelijk gunstig voor hem kunnen uitvallen.

De rechtbank stelt vast dat eiser geen rechtmatig verblijf meer heeft in Nederland, aangezien zijn verblijfsvergunning is ingetrokken en een inreisverbod van tien jaar is opgelegd. Het bezwaar tegen dit besluit is ongegrond verklaard en het beroep daartegen heeft geen schorsende werking, waardoor eiser nog steeds geen rechtmatig verblijf geniet.

De rechtbank oordeelt dat de gronden voor de maatregel feitelijk juist en voldoende zijn en dat de oplegging en voortzetting van de maatregel rechtmatig zijn. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.11964

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[Naam 1], eiser,

V-nummer: [Nummer]
(gemachtigde: mr. A.A. Agayev),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 15 juni 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw [1] opgelegd.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.
Eiser heeft zich desgevraagd akkoord verklaard met schriftelijke afdoening van het beroep. Op 27 juni 2022 heeft eiser de beroepsgronden ingediend. Op 30 juni 2022 heeft verweerder een verweerschrift ingediend. Op 6 juli 2022 heeft de rechtbank het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [Geboortedatum] en de Turkse nationaliteit te bezitten.
2. Eiser voert aan dat de maatregel van bewaring ten onrechte aan hem is opgelegd. De Afdeling [2] heeft prejudiciële vragen gesteld en er is een reële kans dat de uitkomst daarvan gunstig is voor de lopende beroepsprocedure van eiser. In het geval eiser wordt uitgezet, zal hij dan weer teruggehaald moeten worden. Eiser is van mening dat dit niet de bedoeling kan zijn en daarom dient de maatregel te worden opgeheven.
3. Bij besluit van 29 september 2021 is vastgesteld dat eiser geen rechtmatig verblijf meer heeft in Nederland. Verweerder heeft de verblijfsvergunning van eiser ingetrokken en een inreisverbod voor de duur van 10 jaar opgelegd. Het daartegen ingediende bezwaar is bij besluit van 11 januari 2022 ongegrond verklaard. Eiser heeft beroep ingesteld tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening. Dit heeft echter geen schorsende werking als gevolg, waardoor eiser nog altijd geen rechtmatig verblijf heeft in Nederland. Verweerder mag eiser daarom uitzetten naar Turkije. Dat de Afdeling prejudiciële vragen heeft gesteld in een zaak die mogelijk ook van toepassing zijn op de zaak van eiser, maakt dit niet anders.
4. Eiser heeft de aan de maatregel ten grondslag gelegde gronden niet betwist. Deze gronden zijn feitelijk juist en voldoende om de maatregel te dragen. De oplegging van maatregel en de voortzetting daarvan zijn rechtmatig.
5. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Voetnoten

1.Vreemdelingenwet 2000.
2.Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.