ECLI:NL:RBDHA:2022:6944
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens vertrek met onbekende bestemming in asielprocedure
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 25 maart 2022 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit, maar verscheen niet op de zitting en gaf geen nadere reactie.
Op 30 mei 2022 meldde verweerder dat eiser met onbekende bestemming (MOB) is vertrokken. Ondanks uitnodiging reageerde de gemachtigde van eiser niet op deze melding. De rechtbank heropende daarop het onderzoek, maar geen van de partijen wenste een nadere zitting.
De rechtbank volgt vaste jurisprudentie dat bij vertrek met onbekende bestemming zonder contact aan te geven, wordt aangenomen dat de vreemdeling geen prijs meer stelt op bescherming. Gezien het ontbreken van contact neemt de rechtbank aan dat eiser geen belang meer heeft bij de inhoudelijke behandeling van het beroep.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en ziet af van een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang na vertrek met onbekende bestemming.