ECLI:NL:RBDHA:2022:6944

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
8 juli 2022
Publicatiedatum
14 juli 2022
Zaaknummer
NL22.5162
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens vertrek met onbekende bestemming in asielprocedure

Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 25 maart 2022 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit, maar verscheen niet op de zitting en gaf geen nadere reactie.

Op 30 mei 2022 meldde verweerder dat eiser met onbekende bestemming (MOB) is vertrokken. Ondanks uitnodiging reageerde de gemachtigde van eiser niet op deze melding. De rechtbank heropende daarop het onderzoek, maar geen van de partijen wenste een nadere zitting.

De rechtbank volgt vaste jurisprudentie dat bij vertrek met onbekende bestemming zonder contact aan te geven, wordt aangenomen dat de vreemdeling geen prijs meer stelt op bescherming. Gezien het ontbreken van contact neemt de rechtbank aan dat eiser geen belang meer heeft bij de inhoudelijke behandeling van het beroep.

Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en ziet af van een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang na vertrek met onbekende bestemming.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL22.5162
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[Naam] , eiser v-nummer: [Nummer]

(gemachtigde: mr. S. Zwiers), en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. J. Visschers).

Procesverloop

Bij besluit van 25 maart 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De gemachtigde van eiser heeft op 15 april 2022 schriftelijk laten weten dat zij en eiser niet ter zitting zullen verschijnen. Verweerder heeft op 19 april 2022 een verweerschrift ingediend en daarbij aangegeven eveneens niet ter zitting aanwezig te zullen zijn. Op de zitting van 20 april 2022 heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en bepaald dat uitspraak zal worden gedaan over zes weken.
Op 30 mei 2022 heeft verweerder bericht dat eiser met onbekende bestemming (MOB) is vertrokken.
Op 8 juni 2022 heeft de rechtbank bij brief de uitspraaktermijn verlengd met zes weken. Op dezelfde datum heeft de rechtbank gemachtigde van eiser verzocht binnen een week te reageren op de MOB melding van verweerder. Gemachtigde van eiser heeft desgevraagd niet gereageerd.
De rechtbank heeft naar aanleiding van genoemd bericht van verweerder op 24 juni 2022 het onderzoek heropend. De rechtbank heeft partijen in de gelegenheid gesteld binnen een week na verzending van de brief van 24 juni 2022 aan te geven of zij nog een nadere zitting wensen. Nadat geen van de partijen heeft aangegeven op een zitting te willen worden gehoord, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en bepaald dat een nader onderzoek ter zitting achterwege blijft.

Overwegingen

1. Bij bericht van 30 mei 2022 heeft verweerder laten weten dat eiser MOB is vertrokken. Gemachtigde van eiser heeft, ondanks daartoe te zijn uitgenodigd, niet gereageerd op dit bericht.
2. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State1 volgt dat, indien een vreemdeling die in Nederland bescherming heeft gevraagd en met onbekende bestemming vertrekt zonder aan verweerder te laten weten waar hij verblijft, er in beginsel vanuit dient te worden gegaan dat die vreemdeling geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. Dit is slechts anders als een vreemdeling laat weten dat hij contact onderhoudt met zijn gemachtigde.
3. Gelet op het bericht van verweerder en het uitblijven van een reactie van de gemachtigde van eiser, neemt de rechtbank aan dat gemachtigde geen recent contact meer heeft gehad met eiser. De rechtbank neemt dan ook aan dat eiser niet langer prijs meer stelt op asiel in Nederland, zodat hij geen belang meer heeft bij de inhoudelijke beoordeling van zijn beroep.
4. Nu het procesbelang is te komen ontvallen, is het beroep niet-ontvankelijk.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.E. van de Merbel, rechter, in aanwezigheid van mr.
S.C. Spruijt, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
1 Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 22 september 2019 ( ECLI:NL:RVS:2019:579).
De uitspraak is bekendgemaakt op:

Documentcode: DSR21247870

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.