Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[Naam], verzoekster
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als verblijfsdoel familie- en gezin. Deze aanvraag is op 14 juni 2021 door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen. Verzoekster maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit bezwaar werd op 27 januari 2022 ongegrond verklaard.
Tegen het bestreden besluit heeft verzoekster beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag en tevens verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zonder zitting uitspraak gedaan.
De rechtbank heeft het beroep van verzoekster ongegrond verklaard, waardoor het verzoek om een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was. Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep ongegrond is verklaard.