ECLI:NL:RBDHA:2022:6949
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning wegens schending hoorplicht en onvoldoende belangenafweging
Eiseres, een Thaise nationaliteit houdende vrouw, heeft sinds 2005 meerdere verblijfsvergunningen gehad in Nederland, maar haar aanvragen voor voortgezet verblijf en naturalisatie zijn afgewezen. Verweerder wees haar laatste aanvraag voor een verblijfsvergunning met het verblijfsdoel “humanitair niet-tijdelijk” af op grond van het niet voldoen aan het mvv-vereiste en onvoldoende aantoonbare binding met Nederland.
De rechtbank oordeelt dat verweerder ten onrechte heeft afgezien van het horen van eiseres in de bezwaarprocedure, terwijl zij in bezwaar relevante persoonlijke omstandigheden en haar binding met Nederland heeft aangevoerd. Dit is in strijd met de hoorplicht zoals neergelegd in de Awb en de werkinstructies omtrent artikel 8 EVRM Pro.
Verder heeft verweerder onvoldoende alle belangen betrokken in de belangenafweging, waaronder de mogelijkheid dat eiseres eerder recht had op voortgezet verblijf of naturalisatie. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen waarbij eiseres gehoord wordt. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd en verweerder moet een nieuw besluit nemen waarbij eiseres wordt gehoord.