ECLI:NL:RBDHA:2022:6952
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens ongeloofwaardige journalistieke werkzaamheden in Algerije
Eiser, een Algerijnse nationaliteit dragende asielzoeker, stelde dat hij vanwege zijn journalistieke werkzaamheden in Algerije vervolging en beperkingen in vrijheid van meningsuiting ondervond. Hij voerde aan dat hij van 2015 tot 2019 actief was als journalist en vlogger, maar kon dit niet met documenten onderbouwen.
Verweerder wees het asielverzoek af als kennelijk ongegrond, omdat eiser zijn werkzaamheden niet aannemelijk maakte, zijn verklaringen vaag waren en tegenstrijdigheden bestonden, onder meer met een visumaanvraag. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht twijfelde aan de geloofwaardigheid van eiser, mede omdat er geen bewijs was dat Algerijnse autoriteiten sociale media-accounts zonder medewerking konden verwijderen.
De rechtbank concludeerde dat eiser onvoldoende overtuigend bewijs leverde van zijn journalistieke activiteiten en de daaruit voortvloeiende problemen, waardoor het beroep ongegrond werd verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijkheid van journalistieke werkzaamheden en vervolging.