Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.ITT CONTROLS B.V.,
ITT B.V.,
ITT HOLDING B.V.,
1.De procedure
- de dagvaarding van 4 december 2019, tevens houdende de incidentele vordering tot inzage;
- de akte houdende overlegging producties van ITT USA, met productie EP01 tot en met EP25;
- de conclusie van antwoord in het incident van ITT Controls c.s.;
- de conclusie van antwoord in conventie, tevens houdende conclusie van eis in reconventie;
- de conclusie van antwoord in reconventie, tevens overlegging producties, met productie EP26A tot en met C;
- het (herziene) tussenvonnis van 28 juli 2021, waarin een mondelinge behandeling is bepaald;
- de akte toelichting en overlegging aanvullende producties van ITT USA, met productie EP27 tot en met EP31;
- het aanvullend proceskostenoverzicht van ITT USA (productie EP31A);
- de digitale mondelinge behandeling van 1 november 2021 via Skype-verbinding met participatie van (vertegenwoordigers van) ITT USA en de advocaten van beide partijen en het proces-verbaal hiervan.
2.De feiten
3.Het geschil in het incident tot inzage
4.Het geschil in de hoofdzaak
in conventie
(de rechtbank leest: mededeling)en/of misleidende omissie jegens ITT USA te staken en gestaakt te houden, waaronder begrepen ieder misleidende mededelingen
(de rechtbank leest: iedere misleidende mededeling)en/of misleidende omissie omtrent de hoedanigheid, herkomst of verbondenheid van ITT Controls c.s. met het bedrijf van ITT USA;
(de rechtbank leest: Inbreukmakend)Product;
(de rechtbank leest: Inbreukmakend)Product heeft gernaakt, welke nettowinst zal worden berekend door van de verkoopprijs af te trekken de aankoopprijs, de rechtstreeks daaraan verbonden transportkosten en, waar relevant, eventuele belastingen;
5.De beoordeling
ernietiging producten