ECLI:NL:RBDHA:2022:6973
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek lesbische vrouw uit Oeganda wegens ongeloofwaardigheid geaardheid en risico
Eiseres, een vrouw met de Oegandese nationaliteit, verzocht om asiel in Nederland op grond van haar lesbische geaardheid en de daaruit voortvloeiende problemen in Oeganda. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees haar aanvraag af omdat hij haar seksuele geaardheid en de daaruit voortvloeiende problemen ongeloofwaardig achtte en onvoldoende aannemelijk was dat zij bij terugkeer een reëel risico op ernstige schade liep.
De rechtbank behandelde het beroep en oordeelde dat verweerder het asielrelaas op een inzichtelijke en gemotiveerde wijze had beoordeeld, waarbij de verklaringen van eiseres over haar seksuele geaardheid en relaties oppervlakkig, wisselend en niet overtuigend waren. Ook werd geoordeeld dat er geen aanleiding was om het bestreden besluit aan te houden voor aanvullend medisch onderzoek, aangezien eiseres voldoende gelegenheid had gehad om informatie te overleggen.
De rechtbank vond dat verweerder rekening had gehouden met de psychische gesteldheid van eiseres tijdens het nader gehoor en dat haar verklaringen coherent waren. De gestelde littekens en medische omstandigheden gaven geen reden om aan te nemen dat zij niet in staat was gehoord te worden. Het beroep werd ongegrond verklaard omdat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat zij als vluchteling kon worden aangemerkt of dat er een gegrond risico op ernstige schade bij terugkeer bestond.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het asielverzoek wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardigheid van de seksuele geaardheid en het ontbreken van een gegrond risico bij terugkeer.