ECLI:NL:RBDHA:2022:7008
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verplichting tot medewerking aan onderzoek rijgeschiktheid terecht opgelegd ondanks negatieve uitkomst
Eiser werd door het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) verplicht gesteld mee te werken aan een onderzoek naar zijn rijgeschiktheid naar aanleiding van merkwaardig rijgedrag dat door de politie op 20 februari 2021 werd vastgesteld. Dit leidde tot een proces-verbaal waarin diverse gedragingen werden beschreven die twijfel opriepen over de rijgeschiktheid van eiser.
Eiser betwistte de rechtmatigheid van deze verplichting en voerde aan dat het gedrag slechts een kleine overtreding betrof en dat de verbalisant hem mogelijk benadeelde vanwege een eerder conflict. Na een psychiatrisch onderzoek op 19 juni 2021 werd vastgesteld dat eiser rijgeschikt is zonder termijnbeperking, waarna het CBR het rijbewijs geldig verklaarde.
De rechtbank oordeelde dat het CBR terecht uitging van het proces-verbaal dat op ambtsbelofte is opgemaakt en dat de gedragingen van eiser voldoende aanleiding vormden om een onderzoek op te leggen. Het feit dat het onderzoek later uitwees dat eiser rijgeschikt is, doet hieraan niet af. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de verplichting tot medewerking aan het onderzoek.