Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam], verzoekster
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
driehonderdnegenenzeventig euro en 50 cent).
Rechtbank Den Haag
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar asielaanvraag van 30 juli 2021. Tijdens de procedure heeft de staatssecretaris op 7 april 2022 alsnog de asielaanvraag ingewilligd, waarna verzoekster het beroep heeft ingetrokken en vergoeding van proceskosten heeft gevraagd.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris aan verzoekster is tegemoetgekomen door alsnog een beslissing te nemen. Gezien de intrekking van het beroep en het verzoek om proceskostenvergoeding acht de rechtbank het verzoek gegrond.
De proceskosten worden vastgesteld op €379,50, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht met een wegingsfactor van 0,5 vanwege de beperkte aard van het beroep. De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van dit bedrag aan verzoekster.
De uitspraak is gedaan door rechter W. Anker en griffier W. van Loon, en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Verzoekster kan binnen zes weken na verzending van de uitspraak een verzetschrift indienen indien zij het niet eens is met de beslissing.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van €379,50 aan proceskosten na inwilliging van de asielaanvraag.