ECLI:NL:RBDHA:2022:7113
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake beëindiging verblijfsrecht gemeenschapsonderdaan
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen de vaststelling dat haar verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan is geëindigd. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft dit bezwaar ongegrond verklaard bij besluit van 8 maart 2022. Verzoekster heeft vervolgens beroep ingesteld en daarnaast een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend bij de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening beoordeeld en daarbij betrokken dat op hetzelfde beroep reeds uitspraak is gedaan onder zaaknummer NL22.5409. Gezien deze uitspraak wordt het verzoek om voorlopige voorziening als kennelijk ongegrond afgewezen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter mr. W. Anker en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat op hetzelfde beroep reeds uitspraak is gedaan.