Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
€ 759 en een wegingsfactor 1).
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Marokkaanse jongvolwassene, verzocht om een verblijfsvergunning voor familieleven bij zijn zus in Nederland. De aanvraag werd afgewezen omdat hij niet beschikte over een geldig mvv-paspoort en volgens verweerder geen meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie met zijn zus had. Het bezwaar werd kennelijk ongegrond verklaard.
In beroep betoogde eiser dat verweerder ten onrechte geen hechte persoonlijke banden had vastgesteld en onvoldoende een belangenafweging had gemaakt tussen zijn gezinsleven en het Nederlandse belang. De rechtbank constateerde dat verweerder het paspoortvereiste terecht als zelfstandige afwijzingsgrond hanteerde en dat eiser hierdoor niet in zijn belangen werd geschaad ondanks een motiveringsgebrek over de toetsing van artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank oordeelde dat het enkele samenwonen sinds 2019 onvoldoende bewijs is voor hechte persoonlijke banden en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die verblijf in Marokko onmogelijk maken. Ook was niet gebleken van beschermenswaardig privéleven. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard vanwege het ontbreken van een geldig paspoort en onvoldoende hechte persoonlijke banden.