ECLI:NL:RBDHA:2022:7221
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens vertrek met onbekende bestemming
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 9 mei 2022, waarin zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd werd afgewezen als kennelijk ongegrond.
De rechtbank behandelde het beroep op 30 juni 2022 samen met een andere zaak. Eiser en zijn gemachtigde verschenen niet op de zitting, waarbij de gemachtigde had laten weten geen contact meer te hebben met eiser en niet meer bevoegd was eiser bij te staan.
Verweerder informeerde de rechtbank dat het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) had gemeld dat eiser met onbekende bestemming was vertrokken. Volgens vaste rechtspraak wordt dan aangenomen dat de vreemdeling geen prijs meer stelt op de bescherming en een beoordeling van zijn beroep.
De rechtbank concludeerde dat eiser geen procesbelang meer heeft en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang doordat eiser met onbekende bestemming is vertrokken.