ECLI:NL:RBDHA:2022:7222
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke bij besluit van 9 mei 2022 door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen als ongegrond. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening op 30 juni 2022 behandeld, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde niet zijn verschenen, terwijl de gemachtigde van verweerder wel aanwezig was. Direct na de behandeling is de voorlopige voorziening afgewezen.
De voorzieningenrechter baseert de afwijzing mede op de uitspraak in zaaknummer NL22.8392, waarin het beroep op het bestreden besluit is behandeld. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt afgewezen.