ECLI:NL:RBDHA:2022:7226
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Toestemming vervangende reis naar Marokko voor minderjarige in belang van het kind
De moeder en vader zijn gezamenlijk ouderlijk gezaghouder over hun minderjarige kind, dat zijn hoofdverblijfplaats bij de moeder heeft. De moeder verzoekt de rechtbank om vervangende toestemming om met het kind van 1 tot 27 juli 2022 naar Marokko te reizen, omdat het kind zijn familie mist en de grootmoeder ernstig ziek is. De vader weigert toestemming te geven uit vrees dat moeder en kind niet zullen terugkeren.
De voorzieningenrechter overweegt dat een familiebezoek in beginsel in het belang van het kind is, tenzij tegenbewijs wordt geleverd. De moeder heeft aannemelijk gemaakt dat zij en het kind in Nederland geworteld zijn en alleen voor familiebezoek zullen reizen. Zij heeft een woning, sociale contacten, vrijwilligerswerk en een stage in Nederland. Het kind gaat hier naar school, sport en ontvangt hulpverlening. Ook is een retourticket overlegd.
Hulpverleningsinstanties bevestigen dat het bezoek aan de familie, met name de zieke grootmoeder, in het belang is van het kind en zijn sociaal-emotionele ontwikkeling. De moeder heeft toegezegd de vader te informeren over de terugkeer. De voorzieningenrechter verleent daarom de vervangende toestemming, verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad en bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Uitkomst: De moeder krijgt vervangende toestemming om met het kind naar Marokko te reizen van 1 tot 27 juli 2022.