Uitspraak
Rechtbank den haag
1.De procedure
2.De feiten in conventie en in reconventie
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] te [plaats] ; en
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] te [plaats] .
Rechtbank Den Haag
Partijen, voormalige partners en gezamenlijk ouderlijk gezagdragend over twee minderjarige kinderen, zijn in geschil over het voorlopig gebruik van een huurwoning. Op 4 februari 2022 maakten zij afspraken dat de man de woning voorlopig zou bewonen. De vrouw verblijft met de kinderen in een vrouwenopvang.
De vrouw vordert dat zij het voortgezet gebruik van de woning krijgt en dat de man zich uitschrijft, mede om financiële voordelen te verkrijgen. De man vordert het voorlopig gebruik van de woning te behouden en dat de vrouw zich uitschrijft.
De voorzieningenrechter oordeelt dat beide partijen als huurders gelijkelijk gerechtigd zijn tot het gebruik van de woning en dat de gemaakte afspraak dat de man de woning voorlopig gebruikt, wordt nagekomen. De vrouw heeft onvoldoende feiten aangevoerd om de afspraak te doorbreken en het spoedeisend belang ontbreekt. Ook de man heeft geen belang meer bij zijn vordering.
Daarom worden alle vorderingen afgewezen en worden de ter zitting gemaakte afspraken vastgelegd en aan het vonnis gehecht.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van beide partijen af en legt de gemaakte afspraken vast.