ECLI:NL:RBDHA:2022:737
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking verblijfsvergunning wegens schijnhuwelijk wegens onvoldoende motivering en schending hoorplicht
Eiseres, een Kameroense vrouw, kreeg een verblijfsvergunning voor verblijf bij een familielid, die later met terugwerkende kracht werd ingetrokken wegens vermoedens van een schijnhuwelijk. Verweerder baseerde dit op tegenstrijdige verklaringen, een huisbezoek van de AVIM en het ontbreken van een gezamenlijke huishouding.
Eiseres betwistte de aantijgingen en stelde dat het proces-verbaal van het huisbezoek onzorgvuldig was opgesteld en dat zij en haar partner niet tegenstrijdig verklaarden. Tevens wees zij op getuigenverklaringen van familie en vrienden die hun relatie bevestigen. De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom deze verklaringen geen waarde toekwam en dat de hoorplicht was geschonden.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens onvoldoende motivering en schending van de hoorplicht, maar besloot de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten. Verweerder mocht zich op het standpunt stellen dat er een schijnhuwelijk was, gelet op de tegenstrijdigheden en bevindingen tijdens het huisbezoek. Eiseres kreeg vergoeding van griffierecht en proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.