ECLI:NL:RBDHA:2022:738

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 februari 2022
Publicatiedatum
3 februari 2022
Zaaknummer
AWB 21/5692
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen intrekking verblijfsvergunning en inreisverbod

Verzoekster had een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor verblijf als familie- of gezinslid, die met terugwerkende kracht tot 15 december 2019 werd ingetrokken door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Tevens werd haar aanvraag tot verlenging afgewezen en een inreisverbod van twee jaar opgelegd.

Verzoekster maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door verweerder ongegrond werd verklaard. Hiertegen stelde zij beroep in bij de rechtbank en verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde dit verzoek op 12 januari 2022.

Gezien de uitspraak in een gerelateerde zaak (AWB 21/5691), waarin het beroep van verzoekster gegrond werd verklaard met instandhouding van de rechtsgevolgen, oordeelde de voorzieningenrechter dat het verzoek om voorlopige voorziening moest worden afgewezen.

De uitspraak werd op 2 februari 2022 in het openbaar gedaan door voorzieningenrechter A.P. Hameete, met griffier B. Tijssen. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de verblijfsvergunning en het inreisverbod wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 21/5692

uitspraak van de voorzieningenrechter van 2 februari 2022 in de zaak tussen

[naam verzoekster], te [woonplaats verzoekster], verzoekster

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. D. Schaap),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. Ch.R. Vink).

Procesverloop

Bij het besluit van 18 februari 2021 (primair besluit) heeft verweerder de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor het doel ‘verblijf als familie- of gezinslid bij [naam 1]’, geldig tot 15 december 2019 van verzoekster met terugwerkende kracht ingetrokken. Voorts heeft verweerder de aanvraag om verlenging van voornoemde verblijfsvergunning afgewezen en haar een inreisverbod voor de duur van twee jaar opgelegd.
In het besluit van 2 september 2021 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoekster tegen het primaire besluit (kennelijk) ongegrond verklaard.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 12 januari 2022 op zitting te Dordrecht behandeld. Verzoekster is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen [naam 2]. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer AWB 21/5691, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep van verzoekster en daarbij het beroep gegrond verklaard met instandlating van de rechtsgevolgen.
2. De voorzieningenrechter wijst daarom het verzoek om voorlopige voorziening af.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.P. Hameete, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. B. Tijssen, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 2 februari 2022.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.