Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
[naam2]. [3] Eiser stelt zich op het standpunt dat nu verweerder reeds een periode van zes weken heeft gehad om de overdracht uit te voeren, hij niet langer in bewaring kan worden gehouden om diezelfde opdracht uit te voeren. De maatregel van bewaring is volgens eiser hierom van meet af aan onrechtmatig.
[naam2] [4] heeft het Hof overwogen dat de maximale bewaringstermijn van zes weken zoals bedoeld in de derde alinea van artikel 28, derde lid, van de Dublinverordening, voor zover hier van belang, alleen ziet op de situatie waarin de vreemdeling eerst in bewaring is gesteld en er vervolgens een claimakkoord tot stand is gekomen, dan wel opschortende werking van een beroep of bezwaar is geëindigd.