Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsbeslissing
4.De bewezenverklaring
hetoor heeft gestoken van [slachtoffer] .
Rechtbank Den Haag
Op 6 mei 2021 vond een gewelddadige confrontatie plaats tussen twee rivaliserende jeugdbendes in Den Haag, waarbij het slachtoffer meerdere steekwonden opliep die levensbedreigend waren. De verdachte werd samen met anderen aangehouden op basis van camerabeelden, getuigenverklaringen en chatberichten die een gezamenlijke aanval met messen bevestigen.
De rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van voorbedachte rade voor moord, maar wel van medeplegen van poging tot doodslag. De verdachte was bewust betrokken bij de confrontatie, droeg een mes en handelde in nauwe samenwerking met zijn medeverdachten. De ernst van het letsel en de omstandigheden maakten een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel passend.
De verdachte had een normoverschrijdende gedragsstoornis en ADHD, en vertoonde een onbegeleidbare houding met een hoog recidiverisico. De rechtbank wees een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel toe, waarbij behandeling noodzakelijk werd geacht. Daarnaast werd een schadevergoeding van €2.791,88 aan het slachtoffer toegekend, verminderd wegens eigen aandeel van het slachtoffer in de confrontatie.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld voor medeplegen poging tot doodslag en opgelegd een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel met gedeeltelijke toewijzing van schadevergoeding.