ECLI:NL:RBDHA:2022:7395
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens ongeloofwaardig asielrelaas en onvoldoende risico op schending artikel 3 EVRM
Eiser, een Algerijnse nationaliteit, diende op 18 augustus 2021 een asielaanvraag in Nederland in. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees deze aanvraag op 24 mei 2022 af wegens een ongeloofwaardig verhaal over problemen met een criminele bende en onvoldoende bewijs voor een reëel risico op vervolging.
De rechtbank behandelde het beroep op 30 juni 2022. Verweerder achtte de identiteit en herkomst van eiser geloofwaardig, maar verwierp de beweringen over de criminele bende vanwege het ontbreken van ondersteunende documenten en onvoldoende concrete verklaringen. De getuigenverklaring van een buurman woog niet op tegen het gebrek aan bewijs.
Eiser stelde dat het horen onzorgvuldig was en dat verweerder onvoldoende had doorgevraagd, vooral over zijn politieke overtuiging en mogelijke toekomstige vervolging wegens demonstraties. De rechtbank oordeelde dat het risico op toekomstige vervolging onzeker is en verweerder niet onzorgvuldig handelde.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en wees het af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.