ECLI:NL:RBDHA:2022:7397
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens kennelijke ongegrondheid in zaak Bosnië-Herzegovina als veilig land van herkomst
Eiseres, afkomstig uit Bosnië-Herzegovina, verzocht asiel in Nederland wegens vrees voor mishandeling door haar ex-echtgenoot en vervolging vanwege haar atheïsme. De staatssecretaris wees het verzoek af als kennelijk ongegrond, omdat Bosnië-Herzegovina als veilig land van herkomst is aangemerkt.
De rechtbank behandelde het beroep zonder aanwezigheid van eiseres en haar gemachtigde. De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende bewijs leverde voor haar stellingen over de invloed van haar ex-echtgenoot en de corruptie die haar bescherming onmogelijk zou maken. Ook werden de problemen vanwege haar atheïsme niet als vervolging erkend.
Verder stelde de rechtbank vast dat eiseres zich bij terugkeer tot de autoriteiten kan wenden en dat zij zich elders in Bosnië-Herzegovina kan vestigen. Ook werd het niet onverwijld aanvragen van asiel in Nederland meegewogen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de afwijzing van het asielverzoek.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van het asielverzoek als kennelijk ongegrond.