Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[Naam 1] en [Naam 2], verzoekers
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoekers hebben bij besluiten van 26 augustus 2021 verzocht om wijziging van de beperking van de verblijfsvergunning en verlenging van een verblijfsvergunning. Deze verzoeken zijn door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen. Vervolgens is het bezwaar van verzoekers tegen deze besluiten ongegrond verklaard in een besluit van 23 februari 2022.
Verzoekers hebben beroep ingesteld tegen het bestreden besluit en tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:81 en Pro 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht buiten zitting uitspraak gedaan.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er geen aanleiding is om de gevraagde voorlopige voorziening te treffen, mede omdat er geen objectieve belemmering bestaat en het economisch belang niet zwaarwegend is. Het verzoek wordt daarom afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van wijziging en verlenging van de verblijfsvergunning wordt afgewezen.