ECLI:NL:RBDHA:2022:744
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot oplegging dwangakkoord in problematische schuldensituatie
De schuldenaar heeft een problematische schuldensituatie met een totale schuldenlast van €437.688,64 verdeeld over 12 schuldeisers. Hij deed een voorstel voor een schuldregeling waarbij een deel van de vorderingen wordt voldaan en het restant wordt kwijtgescholden. De ING Bank, de WUB en een andere schuldeiser, die samen circa 99% van de schulden vertegenwoordigen, stemden niet in met het voorstel.
De schuldenaar verzocht de rechtbank om een dwangakkoord op te leggen, zodat deze schuldeisers toch moesten instemmen met de regeling. De rechtbank stelde vast dat de schuldbemiddeling correct was uitgevoerd door een bevoegde instantie, de gemeente, en dat een belangenafweging moest plaatsvinden.
De rechtbank oordeelde dat het niet onredelijk was dat de grote schuldeisers weigerden in te stemmen, omdat hun belangen zwaarder wegen dan die van de schuldenaar en de instemmende schuldeisers. Er was onvoldoende gemotiveerd waarom zij afstand zouden moeten doen van ruim 99% van hun vorderingen. Daarom werd het verzoek tot oplegging van een dwangakkoord afgewezen.
Het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) blijft staan en zal in een apart vonnis worden behandeld. Tegen deze uitspraak kan binnen acht dagen hoger beroep worden ingesteld, maar alleen samen met een beroep tegen een eventuele afwijzing van het WSNP-verzoek.
Uitkomst: Verzoek tot oplegging dwangakkoord wordt afgewezen omdat weigering van schuldeisers niet onredelijk is.