ECLI:NL:RBDHA:2022:7442
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering identiteitsgroei homoseksuele geaardheid
Eiser vroeg een verblijfsvergunning asiel aan, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid werd afgewezen. De rechtbank behandelde het beroep op 14 juli 2022 en oordeelde dat het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd was wat betreft de beoordeling van het element homoseksuele geaardheid, specifiek het aspect van identiteitsgroei.
Eiser overlegde een verklaring van een voorzitter van LGBT Asylum Support, die bevestigde dat eiser door identiteitsgroei meer open is over zijn seksuele gerichtheid en actief deelneemt aan LHBT-groepen. De staatssecretaris betwistte dit, maar de rechtbank vond de motivering onvoldoende om de verklaringen van eiser ongeloofwaardig te achten.
De rechtbank vernietigde daarom het besluit alleen voor het onderdeel identiteitsgroei en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moet nemen met een betere motivering. De overige redenen voor afwijzing, zoals het ongeloofwaardig achten van het asielrelaas, bleven in stand. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €1.518.
De uitspraak werd gedaan door rechter M.D. Gunster en griffier A.M. Petersen. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na bekendmaking.
Uitkomst: Het bestreden besluit is vernietigd voor het onderdeel beoordeling van identiteitsgroei bij homoseksuele geaardheid en de staatssecretaris moet een nieuw besluit nemen.