De rechtbank Den Haag heeft op 13 mei 2022 uitspraak gedaan in een echtscheidingszaak tussen een man en een vrouw, gehuwd sinds 2004 onder huwelijkse voorwaarden met uitsluiting van gemeenschap van goederen en een periodiek verrekenbeding dat niet is nageleefd. De vrouw verzocht om echtscheiding met nevenvoorzieningen, waaronder zorgregeling, kinderalimentatie, partneralimentatie, toedeling van de woning en verrekening van vermogen. De man verzocht eveneens echtscheiding en stelde eigen verzoeken omtrent hoofdverblijfplaats en verdeling.
De rechtbank constateerde dat het verzoek van de vrouw ontvankelijk was ondanks het ontbreken van een door beide ouders ondertekend ouderschapsplan, omdat redelijkerwijs niet verwacht kon worden dat dit plan kon worden overgelegd. De hoofdverblijfplaatsen van de drie minderjarige kinderen werden vastgesteld: twee bij de moeder en één bij de vader. Voor twee kinderen werd een zorgregeling vastgesteld waarbij zij om het weekend bij de andere ouder verblijven, inclusief vakanties en feestdagen.
De man werd verplicht kinderalimentatie van €216 per maand te betalen en partneralimentatie van €1.063 bruto per maand. De echtelijke woning werd toegewezen aan de vrouw onder de voorwaarde dat zij de woning binnen drie maanden kan overnemen en de man uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypotheek kan ontslaan. Indien dit niet lukt, krijgt de man dezelfde mogelijkheid, en bij falen van beiden volgt verkoop. De waarde van de woning wordt bindend vastgesteld door een makelaar gekozen door de vrouw uit drie door de man voorgedragen makelaars. De levensverzekering verbonden aan de hypotheek wordt gelijk verdeeld. De rechtbank kon niet inhoudelijk oordelen over de verrekening van het vermogen vanwege onvoldoende onderbouwing en stelde dat de man de belastingaangiften van zijn vennootschappen over de afgelopen drie jaar aan de vrouw moet verstrekken.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad, met uitzondering van de echtscheiding zelf, en het verzoek tot verrekening van vermogen en andere aanvullende verzoeken werden afgewezen wegens gebrek aan onderbouwing.