ECLI:NL:RBDHA:2022:7517
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Veroordeling staatssecretaris tot proceskostenvergoeding na intrekking asielbesluit
Verzoeker had beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag in de verlengde procedure, welke door de staatssecretaris als kennelijk ongegrond was bestreden. Tevens verzocht verzoeker om een voorlopige voorziening. Tijdens de zitting op 18 mei 2022 verschenen partijen niet. De staatssecretaris trok het bestreden besluit op 17 mei 2022 in en gaf aan opnieuw op de aanvraag te zullen beslissen. Tevens bood hij aan de proceskosten voor het beroep en het verzoek gezamenlijk tot een bedrag van € 759 te vergoeden.
Naar aanleiding hiervan trok verzoeker zijn verzoek om voorlopige voorziening in en verzocht om proceskostenvergoeding. De voorzieningenrechter oordeelde dat de staatssecretaris gedeeltelijk aan het verzoek tegemoet was gekomen en wees het verzoek om proceskostenvergoeding toe. De proceskosten werden vastgesteld op € 379,50, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht en de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak werd gedaan zonder zitting en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet. De staatssecretaris is veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten aan verzoeker.
Uitkomst: De staatssecretaris is veroordeeld tot betaling van € 379,50 aan proceskosten aan verzoeker.