Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van een vreemdeling tegen de maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel was gericht op de overdracht van de vreemdeling aan Spaanse autoriteiten volgens de Dublinverordening.
De vreemdeling betwistte de gronden voor bewaring niet, maar voerde aan dat er geen redelijk vooruitzicht op verwijdering was en dat verweerder onvoldoende voortvarend had gehandeld. De rechtbank oordeelde dat de vreemdeling zelf verantwoordelijk was voor het uitblijven van overdracht door vertrek met onbekende bestemming en dat de uitzettingshandelingen van verweerder voldoende voortvarend waren.
Daarnaast stelde de vreemdeling dat een lichter middel had moeten worden toegepast vanwege behoefte aan psychofarmaca. De rechtbank vond dat de medische zorg in het detentiecentrum voldeed en dat geen sprake was van detentieongeschiktheid.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.