ECLI:NL:RBDHA:2022:7526
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning bij kleinkind wegens ontbreken mvv en gevaar openbare orde
Eiseres, van Armeense nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning om bij haar kleindochter in Nederland te verblijven. Haar eerdere asielaanvragen en verzoeken om verblijf werden afgewezen, mede vanwege een inreisverbod en het ontbreken van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Verweerder wees de aanvraag af wegens het ontbreken van een geldige mvv en gevaar voor de openbare orde, omdat de echtgenoot van eiseres onder artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag valt.
Eiseres voerde aan dat haar familieleven met haar zoon en kleinkinderen in Nederland onder artikel 8 EVRM Pro valt en dat de hardheidsclausule toegepast moest worden. De rechtbank erkende het familieleven, maar oordeelde dat verweerder een zorgvuldige belangenafweging had gemaakt en dat eiseres onvoldoende had onderbouwd waarom verblijf in Armenië niet mogelijk was of waarom haar rol als verzorgende groot genoeg was om een uitzondering te rechtvaardigen.
De rechtbank vond dat het ontbreken van een mvv terecht werd tegengeworpen en dat het gevaar voor de openbare orde gegrond was vanwege het beleid rondom artikel 1F. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag tot verblijfsvergunning wordt afgewezen wegens ontbreken van een mvv en gevaar voor de openbare orde.