ECLI:NL:RBDHA:2022:7574
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak met toekenning proceskostenvergoeding
Verzoeker heeft een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen als kennelijk ongegrond. Hiertegen is beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag. Verzoeker heeft tevens een voorlopige voorziening gevraagd om de rechtsgevolgen van het bestreden besluit op te schorten totdat op het beroep is beslist.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening behandeld op 5 juli 2022. Op dezelfde dag is in de bodemprocedure het beroep van verzoeker gegrond verklaard, waardoor het connexiteitsvereiste voor het treffen van een voorlopige voorziening niet langer aanwezig was. Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Gezien de gegrondverklaring van het beroep in de bodemprocedure is de staatssecretaris veroordeeld tot het betalen van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op €759,-. Deze kosten zijn toegekend aan de rechtsbijstandverlener vanwege de verleende toevoeging. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen en de staatssecretaris is veroordeeld tot betaling van proceskosten van €759,-.