ECLI:NL:RBDHA:2022:7577
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in zaak verblijfsvergunning asiel met proceskostenvergoeding
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen als kennelijk ongegrond. Tevens is een inreisverbod van twee jaar opgelegd. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht daarnaast om een voorlopige voorziening om de rechtsgevolgen van het besluit op te schorten.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening samen met een gerelateerde zaak op 5 juli 2022. Op dezelfde dag werd in de bodemprocedure het beroep van verzoeker gegrond verklaard, waardoor het connexiteitsvereiste voor de voorlopige voorziening niet langer werd vervuld.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Gezien de gegrondverklaring van het beroep in de bodemprocedure werd de staatssecretaris veroordeeld tot betaling van proceskosten aan verzoeker, vastgesteld op €759,-, te voldoen aan de rechtsbijstandverlener. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen, maar de staatssecretaris is veroordeeld tot betaling van proceskosten aan verzoeker.