ECLI:NL:RBDHA:2022:765

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
19 januari 2022
Publicatiedatum
4 februari 2022
Zaaknummer
NL21.19801
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige identiteit

Eiser heeft tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid beroep ingesteld nadat zijn asielaanvraag op 15 december 2021 in de algemene procedure als kennelijk ongegrond werd afgewezen. De rechtbank heeft het beroep samen met een andere zaak op 19 januari 2022 behandeld, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet zijn verschenen. Verweerder werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.

De rechtbank overweegt dat de verklaringen van eiser over zijn identiteit ongeloofwaardig zijn, mede omdat eiser eerder onder een andere naam asiel heeft aangevraagd en zich in Zwitserland en Italië van verschillende identiteiten heeft bediend. De stelling dat zijn paspoort en identiteitskaart in Italië zijn gestolen is niet onderbouwd, en er zijn geen nieuwe documenten of aangiften overgelegd.

Hoewel eiser geen documenten over zijn herkomst en nationaliteit heeft overgelegd, zijn er geen contra-indicaties. Eiser heeft consistent verklaard Marokkaanse nationaliteit te bezitten, wat wordt bevestigd door informatie van Zwitserse autoriteiten die hem naar Marokko hebben uitgezet. Eiser sprak tijdens zijn gehoren de Marokkaanse variant van het Arabisch. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardige identiteit.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL21.19801
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[Naam], eiser

V-nummer: [Nummer]
(gemachtigde: mr. P.A.E. Engelen),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. M.A.M. Janssen).

ProcesverloopBij besluit van 15 december 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep, tezamen met de zaak NL21.19802, op 19 januari 2022 op zitting behandeld te Breda. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met een voorafgaand bericht, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. Verweerder heeft zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eisers verklaringen over zijn identiteit ongeloofwaardig zijn. Daarbij heeft verweerder niet ten onrechte gewezen op het feit dat eiser eerder in Nederland onder een andere naam asiel heeft aangevraagd en dat eiser zich in Zwitserland en Italië van verschillende identiteiten heeft bediend. De stelling van eiser dat zijn paspoort en identiteitskaart in Italië gestolen zijn, is niet onderbouwd. Ook is niet gebleken dat eiser hiervan aangifte heeft gedaan of dat eiser nieuwe identiteitsdocumenten heeft aangevraagd. Verder heeft eiser geen andere identificerende documenten overgelegd ter onderbouwing van zijn identiteit, waardoor eisers identiteit niet kan worden vastgesteld.
2. Verweerder heeft verder niet ten onrechte overwogen dat, hoewel ten aanzien van eisers gestelde herkomst en nationaliteit evenmin documenten zijn overgelegd, er geen contra-indicaties zijn wat betreft eisers herkomst en nationaliteit. Eiser heeft tijdens de gehele procedure consistent verklaard dat hij de Marokkaanse nationaliteit bezit. Tevens volgt uit de informatie van de Zwitserse autoriteiten dat eiser daar de Marokkaanse nationaliteit heeft opgegeven en hij door de Zwitserse autoriteiten naar Marokko is uitgezet. Eiser heeft tijdens zijn gehoren gesproken in de Marokkaanse variant van het Arabisch. Tot slot heeft eiser niet nader onderbouwd waarom aan zijn verklaringen over zijn nationaliteit en herkomst getwijfeld zou moeten worden.
3. Het beroep is ongegrond.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 19 januari 2022 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. Ż.A. Meinert, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.