ECLI:NL:RBDHA:2022:7686
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken procesbelang bij AVG-verzoek en afwijzing schadevergoeding redelijke termijn
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn bezwaar inzake een AVG-verzoek dat hij via zijn gemachtigde had ingediend. Verweerder had het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard en geweigerd een dwangsom vast te stellen. De rechtbank oordeelt dat het verzoek van 24 april 2019 materieel hetzelfde betreft als het AVG-verzoek van 11 juli 2019, waarop reeds een besluit is genomen en waartegen bezwaar en beroep zijn ingesteld.
Omdat het beroep tegen het besluit van 14 januari 2020 nog liep en het bezwaar tegen dat besluit nog niet was afgehandeld ten tijde van het onderhavige beroep, kan eiser met dit beroep geen gunstiger positie verkrijgen. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang.
Daarnaast verzoekt eiser om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank wijst dit af omdat voor hetzelfde verzoek al een schadevergoeding is toegekend in een eerdere procedure. De rechtbank hoeft de proceskosten niet te vergoeden en wijst het beroep en het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.