ECLI:NL:RBDHA:2022:772
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op coulance bij pensioenschade na eerdere besluiten
Eiser, die ruim 37 jaar bij Defensie heeft gewerkt, verzocht de minister van Defensie om toepassing van coulance of discretionaire bevoegdheid om pensioenschade te compenseren. Dit verzoek werd afgewezen in het primaire besluit van 13 oktober 2020 en het bezwaar daarop werd ongegrond verklaard bij besluit van 18 februari 2021. Eiser stelde dat een brief van de heer Purmer uit 2006 een nieuw feit vormde, maar de rechtbank oordeelde dat dit feit eerder ingebracht had kunnen worden en daarom niet als nieuw geldt.
De rechtbank stelde vast dat de minister de behandeling van post aan ambtenaren mag uitbesteden en dat de brief van eiser zorgvuldig is behandeld. Eerder waren er al besluiten genomen over de pensioenschade van eiser, waaronder een regeling uit 2006 en een compensatieregeling uit 2008, waartegen geen bezwaar was gemaakt.
De rechtbank volgde de verweerder in zijn standpunt dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn die herziening rechtvaardigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. De rechtbank benadrukte dat het aan eiser lag om tijdig tegen de uitvoeringspraktijk op te komen en dat het teleurstellend is, maar niet reden voor coulance.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het besluit tot afwijzing van zijn verzoek om coulance bij pensioenschade wordt ongegrond verklaard.