ECLI:NL:RBDHA:2022:774
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens kennelijk ongegrond verklaarde aanvraag
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin zijn asielaanvraag in de algemene procedure werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Tevens verzocht hij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 18 november 2021 in Breda, waarbij verzoeker werd bijgestaan door zijn gemachtigde en een tolk aanwezig was. De staatssecretaris werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
Na beoordeling van het verzoek en de onderliggende zaak heeft de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen, mede omdat op dezelfde datum uitspraak is gedaan op het hoofdberoep. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J.E.C. Vriends en griffier N.H. de Zeeuw, en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.