ECLI:NL:RBDHA:2022:7747
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid van dreiging eerwraak
Eiseres, een Iraakse vrouw, vroeg asiel aan na haar aanhouding op Schiphol wegens valse reisdocumenten. Zij stelde dat haar halfbroers haar met de dood bedreigen vanwege haar verblijf in vreemdelingenbewaring in Nederland en dat zij bij terugkeer naar Irak gevaar loopt op eerwraak.
De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat de dreiging niet geloofwaardig werd geacht. De rechtbank oordeelde dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat haar halfbroers op de hoogte zijn van haar verblijf in Nederland en dat zij daardoor gevaar loopt. Ook is onvoldoende onderbouwd dat zij als gehuwde vrouw alleen zal wonen in Irak, omdat haar echtgenoot haar kan vergezellen.
Verder concludeerde de rechtbank dat het bestreden besluit geen schending van artikel 8 EVRM Pro inhoudt, omdat niet is aangetoond dat de gezinsleden door weigering van de verblijfsvergunning worden gescheiden. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijkheid van dreiging met eerwraak.