Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[Naam], verzoeker,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot intrekking van zijn verblijfsvergunning. Na het primaire besluit van 18 januari 2021 werd het bezwaar van verzoeker ongegrond verklaard bij besluit van 3 augustus 2021. Verzoeker vroeg vervolgens de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter constateert dat de rechtbank bij uitspraak van 19 april 2022 in de hoofdzaak reeds een beslissing heeft genomen, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt de uitspraak zonder zitting gedaan.
Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. Tevens bestaat er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de verblijfsvergunning wordt afgewezen.