ECLI:NL:RBDHA:2022:7786

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
22 juli 2022
Publicatiedatum
29 juli 2022
Zaaknummer
AWB 21/5150
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen intrekking verblijfsvergunning

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot intrekking van zijn verblijfsvergunning. Na het primaire besluit van 18 januari 2021 werd het bezwaar van verzoeker ongegrond verklaard bij besluit van 3 augustus 2021. Verzoeker vroeg vervolgens de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter constateert dat de rechtbank bij uitspraak van 19 april 2022 in de hoofdzaak reeds een beslissing heeft genomen, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt de uitspraak zonder zitting gedaan.

Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. Tevens bestaat er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de verblijfsvergunning wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 21/5150

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[Naam], verzoeker,

V-nummer: [Nummer]
(gemachtigde: mr. C.N. Noordzee),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 3 augustus 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoeker tegen de intrekking van zijn verblijfsvergunning van 18 januari 2021 (het primaire besluit) ongegrond verklaard.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van 19 april 2022, zaaknummer AWB 21/5149, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K. Verschueren, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van R. Ben Sellam, griffier, op 22 juli 2022 en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.