ECLI:NL:RBDHA:2022:7827
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-ontvankelijk verklaring bezwaarschrift vanwege ontbreken gronden
In deze bestuursrechtelijke zaak stond het beroep van eiser centraal tegen het besluit van de algemeen directeur van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen om zijn bezwaarschrift niet-ontvankelijk te verklaren. Dit besluit was genomen omdat het bezwaarschrift niet de vereiste gronden bevatte, zoals voorgeschreven in artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Verweerder had eiser in een brief verzocht om binnen een gestelde termijn de gronden aan te vullen, maar deze aanvulling bleef uit. De gemachtigde van eiser voerde aan dat de termijn en wijze van communicatie misleidend waren, omdat correspondentie via de secretaresse niet correct was verwerkt. De rechtbank oordeelde echter dat deze werkwijze standaard is en dat het ontbreken van ontvangst van de brief voor risico van de gemachtigde komt.
De rechtbank concludeerde dat het bestreden besluit terecht was genomen en dat het beroep ongegrond is. Eiser krijgt geen terugbetaling van griffierecht of vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd gedaan zonder zitting en in het openbaar uitgesproken op 2 augustus 2022.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaarschrift is ongegrond verklaard.